Ik was als gast uitgenodigd voor de graduates show van de Willem de Kooning Academie. Ik koos voor de show van 19:00 uur. In het kader van “dan kunnen we nog lekker ergens wat eten en drinken van te voren” startte IS op donderdagavond 10 juni al vóór 16:00 de motor van de trouwe Saab. Zo’n 2,5 uur verder, een stram been, zuur hoofd en enorme dorst (borrel!) kwamen we aan in Rotterdam bij de Schiecentrale wat dit jaar de locatie was voor de eindexamenshow.
Made at wdka
Rotterdam laat van zich horen! De Willem de Kooning Academie is helemaal in beeld. Afgelopen winter bracht ik nog een bezoek aan het prachtige gebouw waarin WDKA gehuisvest is en schreef ik een blogpost over mijn ontmoeting met Gerrit Jan Vos (afdelingsdocent Mode) “Happy Connected staat voor de eigentijdse toepassing van materialen, herwaardering van draagbaarheid en het plezier waarmee jonge ontwerpers aan hun collecties werken”, zo lees ik in het boekje dat we meekrijgen na de show en waarin alle 13 afstudeerders geportretteerd staan. “De vierdejaars studenten werkten na het afronden van hun stageperiode zelfstandig aan een eindexamenproject. De getoonde collecties onderstrepen de persoonlijke ontwerpvisie van de studenten en zijn even divers als de ontwerpers zelf” Voorafgaand hieraan werden uniformen getoond die speciaal waren vormgegeven voor het Rotterdam Water City paviljoen op de Shanghai World Expo. Waar ik in het ‘voorprogramma’ happy van werd was de presentatie van de Minor Textiel. Niet alleen sterk in studie (zie onder) maar ook erg goed en fijn van kleur.
Connected
Ik zag veel overeenkomsten tussen de diverse collecties. Er wordt in bijna alle collecties met voiles en transparantie gewerkt, poplin, crepe en cool wools. Over het algemeen ook allemaal erg vrouwelijk en vloeiend of wat strakker met opvallend veel koker- en knielange rechte rokken. Shortjes, laag kruis broeken en de jurk ook veelvuldig gespot. Ik zag ook heel veel slierten, draden, franjes etc. Zachte kleuren, pastels (soms wat sprekender) of gecombineerd met kobaltblauw en okergeel waren key. Veel (zacht) roze. Heel mooi eigenlijk allemaal en ik vond de kwaliteit van iedere collectie best ok maar al met al maakte dat het geheel voor mij toch net ietwat té connected en veel van hetzelfde.
Degene die juist niet met vloeiene, soepele materialen werkte en ook wat kleur betreft een andere richting koos is Maite Prins. Ik hoorde haar ontwerpen knisperen en kraken op de catwalk. Het thema: Abbandoned city. Een verlaten eiland in Japan, de economie stortte in en iedereen verliet het eiland. Alles is verlaten en hoe zouden mensen zich kleden als zij daar gebleven waren? Hun eigen stijl creëren met de middelen die zij aantreffen. Een soort urban clochard in mooie vergrijsde en vuile kleuren. Ook de verftechniek waarin duidelijk op verschillende manieren het doek of kledingstuk gevouwen was en daarna (aan) geverfd sprak mij erg aan. Heel eigen. Met een duidelijke lijn.
De collectie van Noortje Zijlstra was de laatste die getoond werd en ook deze vond ik erg goed. Noortje is gaan werken vanuit haar obsessie voor baarden en baardgroei, zij vind dat sexy. Ze wilde met haar collectie baarden maken voor vrouwen door middel van gezichts sieraden die vrouwelijk zijn. I loved it!
Ook Martine Eshuis probeerde het over een andere boeg te gooien. Zij werkte met chambray en zalmkleur (ben ik momenteel helemaal van) patchworks, (bloemen) printjes in de mix en match. Wat er naar mijn idee alleen gebeurde: Het werd een soort DEPT gevoel……
Happy
Ik werd verder happy van • de transparante tops voor mannen in de collectie van Musah Shah • de staal- blauw – grijs varianten van Mandy Winkman • het badjasje in zalmkleur van Martine Eshuis • de amerikaanse vlag als hoofddoek van Serena Asselman • de sprankelende kleuren(combinaties) van Evalien van Gemeren • de koker rok variaties van Iris Euser.
Mijn ‘FLIP-Video’ is hier te zien.





























