Conferentie ‘What Design Can Do’. The connecting forces of design.

Eindelijk was het zover – want ik had er écht naar uitgekeken – op 10 en 11 mei vond de 2de editie plaats van het congres ‘What design can do’ in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Deze internationale conferentie biedt een podium aan verhalen en cases die ons bewust maken van de impact van design. Oprichter en organisator Richard van der Laken: “ Iedereen heeft wel iets met design, maar dat zit ‘m dan vooral in het esthetische. Dus: Mooie spullen. Deze conferentie laat zien dat design veel meer is dan een mooie vaas. Design kan bijdragen aan het oplossen van wereldproblemen.”

Design is about connecting minds
Amsterdam mag trots zijn dat Richard van der Laken een dergelijke internationale conferentie weet neer te zetten. Burgmeester van der Laan was naar de schouwburg gekomen om het openingswoord te spreken en bracht daarmee zijn eigen woorden nog eens extra kracht bij: Amsterdam staat voor het omarmen van mensen, creativiteit en design en voor ‘connecting minds’. Het sprak mij zeer aan dat van der Laan aangaf dat design veel subtieler werkt dan wet of regelgeving; Design fluistert en doet suggesties.
Het gaat er om vanuit je eigen talent en passie te durven connecten met een andere wereld: dan kan je iets brengen. In dat kader zou ik overigens graag zien dat congressen zich meer richten op de symbiose die ontstaat als je verschillende disciplines en vakgebieden bij elkaar brengt. Nu stonden zowel het podium als de zaal gevuld met ‘creatieven’ en dat is natuurlijk prachtig maar échte inspiratie ontstaat uit diversiteit.

Design is love and attention
Mijn vader zei mij vroeger al: “Is, pas als je iets getekend hebt, kan je zeggen dat je het écht bekeken hebt”. De symboliek en waarheid in die woorden stond voor mij in deze editie van ‘What design can do’ centraal. Wat design doet is dat je dingen echt bestudeerd als ze je raken en ervan houdt. Met die kennis en liefde kan je internationaal de mooiste projecten draaien, zo bewijst landschapsarchitect Piet Oudolf, die onder andere het prachtige Highline Park in New York op zijn naam heeft staan. Zijn fascinatie voor het prairie landschap maakte dat hij in een jarenlange studie en toewijding verschillende planten en zaden bij elkaar bracht en daar weer nieuwe composities van te maken. Zijn succes ligt overigens ook in het feit dat Piet de oude regels van het tuinieren compleet heeft los gelaten. Op dit ‘having new eyes’ principe kom ik verderop in dit blog nog terug.
Andere mooie voorbeelden van love and attention vond ik de verhalen van fooddesigners Martin en Sonja van Honey & Bunny en van de Colombiaanse designer en blogger Esteban Ucros.
Martin en Sonja bestuderen sinds lange tijd voedsel want pas als je álles weet van de substanties, smaak, herkomst en zelfs geluid van eten en wat dit met de mens doet, kan je nieuwe composities ontwerpen. Esteban brengt met zijn Popular de lujo blog een eerbetoon aan de zogenaamde Grafica Popular die je ziet in de straten van Bogotá en die met de hand gemaakt is door mensen zonder (design) opleiding. Doordat Esteban in dit werk de hoop en behoefte aan zelf-expressie van de makers zag heeft hij het initiatief genomen voor zijn design- en workshop collectief en blog.

Design is more about seeing than about making
Een quote die ik vaak gebruik in de kick-off van mijn ISpiration Tables met klanten is van Marcel Proust: “ The voyage of discovery is not in seeking new landscapes but in having new eyes”. Ontwerpers zijn gewend te werken aan oplossingen voor problemen. Omdat ze creatief zijn, bedenken ze oplossingen waar bestuurders en de reguliere industrie niet op komen.
De Engelse modeontwerpster Suzanne Lee spant in deze categorie de kroon met haar ‘growing fashion’ project waarin ze letterlijk haar eigen kleding kweekt. Met een toevallig ontdekt schimmelproces creëert zij (gestart in 1 badkuip en nu in een mini-farm) een taaie, haast leerachtige stof waarmee ze kleding maakt. Heel duurzaam en het levert ook nog high fashion op. Suzanne gaf ons nog een prachtige uitspraak op de koop toe: “When you make experients, you do discoveries”.
In een interview ‘on stage’ met product designer Hella Jongerius door journalist Tracy Metz vertelt zij hoe ze haar nieuwe project voor de KLM, waarin ze het interieur van de Business Class gaat ontwerpen, als een grote masterclass in aviation heeft ervaren. Door werkelijk helemaal in de materie te duiken en zich te verdiepen in de wereld van haar opdrachtgever kwam Hella met haar eigen achtergrond en talent ook weer op nieuwe inzichten en ideeën. Andersom leerde zij ook met andere ogen naar haar eigen ontwerpen kijken binnen een project voor de VN. Haar imposante  kralen gordijn van keramiek werd door de beveiliging afgedaan als een levensgevaarlijke schervenbom bij een eventuele aanslag op het gebouw.
Georgette Koning, mode journaliste, is bekend om haar visie en humor in haar beschrijvingen van de ‘world of fashion’. Georgette is wel als fashion designer opgeleid maar zij maakt dus niet maar ziet en schrijft. Haar presentatie was op zich een mooie analyse van diverse tijdsbeelden en hoe fashiondesign dit beeld uitdraagt, ik vond het alleen erg jammer dat Georgette haar verhaal niet vertelde maar voorlas, hetgeen weinig verbindend werkte.

Design is doing good
Ina Jurga sprak met ons over what design can do for shit. Zij zegt: “Water is a sexy topic, shit is not”. Haar initiatief WASH united gaat niet zozeer over design maar wel over marketing en vormgeving toepassen om goed te doen. Dus hoe je het gebruik van toiletten en het toepassen van hygiëne aantrekkelijk maakt in Derde Wereld landen. WASH kijkt die kunst, heel logisch maar je moet er maar op komen, van de grote bedrijven en copy-paste hun marketing door bijvoorbeeld voetbalhelden het gebruik van toilette te laten promoten. Wat er dan toch weer wel design aan was is dat tijdens de break-out sessie een ‘aantrekkelijke en sexy’ toiletpot ontworpen kon worden.
Design platform Febrik, uit Libanon, werkt op plekken waar sociale conflicten heersen, zoals de Palestijnse vluchtelingenkampen. In deze ‘urban jungles’ brengt Febrik de vaak conflicterende behoeftes in kaart en zet deze om in design dat toegpast kan worden op deze plekken om mensen bij elkaar te brengen, ondanks hun verschillende behoeftes.

Design won’t safe the world
En toen was daar die heerlijke wake-up presentatie van Cameron Sinclair waar hij een staande ovatie voor ontving. Cameron is architect en oprichter van Architecture for Humanity, een liefdadigheids organisatie dat bouwkundige oplossingen zoekt voor bevolkingsgroepen in crisis en design brengt naar gemeenschappen in nood. Samen met mede-oprichter Kate Stohr ontving Cameron de National Design Award voor het laten zien dat ‘good design can indeed change the world’. Cameron’s weergaloze en energieke presentatie was ‘to wake-up’ omdat hij design heel praktisch beschouwt. Hij stelt dat je gewoonweg geen architect bent als je nog nooit een huis hebt gebouwd. In zijn presentatie laat hij ons een stroom van ‘doing good’ projecten zien die zijn team onderhanden heeft genomen, niet louter geleid door design maar door praktisch bouwkundig op te lossen. Allerlei onderzoekjes doen, schetsen, plannen en presentaties maken doet uiteindelijk geen goed en zal geen situatie doen veranderen. Dus leef niet op een wolk maar stroop als designers en creatieven je mouwen op en verbind je talent en vaardigheden aan een praktisch doel! Ik zeg: Amen en dank aan de organisatie van ‘What design can do’ voor deze mooie conferentie.

NB: Mijn artikel is een samenvatting van het podium op 10 mei.