Uit WERF&: Interview met IS. "Recruitment moet altijd handpicked zijn"

Ze heet geen Viktor, Rolf of Mart Visser. Toch is Isrid van Geuns een méér dan bekende naam in de Nederlandse modewereld. Als ‘verbinder’ heeft ze er ook een belangrijke recruitmentrol. ‘Mijn main driver: ik wil dat het goedkomt.’

TEKST PETER BOERMAN FOTOGRAFIE EEF BONGERS

Wie even rondsurft op ISWORKS.nl, de site van Isrid van Geuns, vindt vrijwel alleen superlatieven. De com- plimenten stromen over het scherm, of het nou gaat om haar werk als recruiter, inspirator, verhalenverteller of projectmanager. Isrid, ‘Is’ voor intimi, lijkt het allemaal even goed af te gaan. Als eigenaar van haar eigen bureau, drie jaar geleden begonnen, pakt Van Geuns alles aan in de mode-industrie waarbij ‘verbinding’ een rol speelt. Als ze haar netwerk, en vooral: haar creativiteit, kan inzetten, raakt ze al gauw enthousiast over een opdracht, wat die dan ook inhoudt. Het maakt haar tot een spin in het Nederlandse modeweb. ‘Ik kan geen elevator pitch doen voor mijn bedrijf ’, zegt ze. ‘Ik doe zóveel dingen, dat kan ik nooit in twee minuten kwijt. Maar vraag me het in één zin samen te vatten en ik zeg: ik ben verbinder van talent en creativiteit voor projecten in en rond de mode-industrie.’ Het is geen wereld waarin veel recruiters rondlopen. En ook Van Geuns is bepaald geen doorsnee recruiter. Aan alleen ‘vacatures vullen’ heeft ze bijvoorbeeld een broertje dood. Recruitment, dat is volgens haar een strategische functie, die hoort te beginnen ver voordat iemand vertrekt en die altijd naar persoonlijke oplossingen moet zoeken. ‘Een schot hagel afvuren, daar geloof ik nooit in.’

Recruiter in de modewereld, hoe word je dat?
‘Ik ben als designer opgeleid. Maar ik kwam er gaandeweg achter dat mijn talent meer ligt in het sturen van creativiteit dan in het zelf creëren. Ik heb twintig jaar in allerlei functies in allerlei bedrijven in de modewe- reld gewerkt, bijvoorbeeld bij Oilily, op dat moment echt het creatiefste bedrijf van Nederland. Daar kwam ik in contact met internationaal recruitmentbureau HTNK. Toen zij vroegen of ik bij hen wilde komen werken, hapte ik toe. Dat bleek een schot in de roos, echt helemaal mijn ding.’

Waarom ging je er dan toch na drie jaar weg?
‘Ik ontdekte er bij mezelf veel nieuwe talenten. Ik merkte dat ik een groot netwerk had, en dat veel mensen iets voor me willen doen. Het was een fijne tijd. Maar het was ook de tijd dat social media doorbraken. En het bureau waar ik werkte zat niet eens op LinkedIn. Ik dacht: we lopen hopeloos achter. Toen wilde ik daar binnen dat bedrijf iets voor opzetten, maar dat lukte niet. Waarop ik dacht: laat ik maar voor mezelf beginnen.’

En toen was je ineens fashion recruiter.
‘Connecties maken, dat is het belangrijkst. Ik wilde de modewereld verbinden met alles wat ik online zag gebeuren. Bijvoorbeeld door een blog te schrijven. Zo groeide mijn kennis. En leerden meer mensen mij kennen. Als je voor jezelf begint, moet je eerst veel geven. Daarna kun je pas aan verdienen gaan denken.’

Hoe belangrijk is het voor een recruiter om zelf in de branche te hebben gewerkt?
‘Dat kun je niet overschatten. Waar wil een opdrachtgever heen met een collectie? Dat bepaalt wat voor iemand hij of zij zoekt. Het handschrift van een ontwerper is heel belangrijk, dat moet je kunnen begrijpen. Als je bijvoorbeeld port- folio’s goed wilt kunnen beoordelen, is een achtergrond in deze branche eigenlijk onontbeerlijk. Bij, zeg, een Levi’s gaat dat heel anders dan bij een G-Star. Je moet met andere ogen leren kijken.’

Hoe bedoel je?
‘Als recruiter moet je niet alleen vacatures vervullen, maar vooral ook consultant durven zijn. Ik noem mijn werk ook niet ‘vraaggestuurd’, kom ook zelf wel eens met intro- ducties bij opdrachtgevers. En ik herschrijf ook vaak ongevraagd vacatureteksten. Zo hoort het ook, denk ik. Mensen in deze branche weten: Is is op pad, kent de verhalen, de mensen, de portfolio’s, weet wat er speelt, is altijd bezig met de vraag: what’s going on? Ik werk nu bijvoorbeeld voor Tommy Hilfiger aan een grote klus. Dan praat ik ook mee over waar het heen gaat met het bedrijf. Dat is voor mij veel effectiever dan alleen voor functies hunten. Al is dat wel wennen voor deze branche. Ik vraag me ook vaak af: waarom komen we als recruiters pas in actie als er iemand weggaat? Als je dat eerder doet, voorkom je paniekvoetbal. Gebruik me nou als verkenner van die markt. Ik denk dat dat geld waard is. En ik denk dat ook de functie van recruiter dan naar een heel ander niveau kan worden getild.’

Wordt recruitment wel gewaardeerd in jouw branche?
‘Nee, nauwelijks. Terwijl ik zelf geloof dat het een van de belangrijkste posities is in een bedrijf. Wat ik ook fascinerend vind, is dat de recruiters bij de grote modebedrijven niet connected zijn met de rest van de recruitment- en hr-wereld. Ik heb één keer de hr-manager en recruiter van Adidas meegenomen naar een bijeenkomst van Recruiters United. Daar kwamen zij voor het eerst. En op het jaarlijkse Recruitment Dance-feest werd ik twee jaar geleden uitverkoren tot de ‘best dressed recruiter’ van Nederland. Leuk. Maar vind je het gek? Ik was er de enige uit de modewereld. Ik verbaas me daarover. Recruitment is toch een vak. Waarom zouden mensen in de modewereld daarin niet geïnteresseerd hoeven zijn? Ik weet niet of dat arrogantie is, of gewoon onderwaardering. Maar vreemd vind ik het wel.’

Vind je het leuk, om ergens mensen los te weken voor een functie bij de concurrent?
‘Zomaar iemand bellen? Nee. Maar mensen enthousiasmeren? Ja. De beste mensen die ik recruit, zijn helemaal niet op zoek naar een andere baan. Dan vind ik het toch fijn als ik ze ergens kan plaatsen waar ze het nog beter naar hun zin hebben. Ik onthoud ook van veel mensen wat ze willen. Dat zit in mijn genen. Ik heb Indonesisch bloed, ben heel dienstbaar, ik wil graag zorgen. Dat is mijn main driver: ik wil dat het goed komt. Daar moet je aan de andere kant natuurlijk ook voor oppassen. Je wordt behoorlijk geleefd als recruiter. Daar moet je maat in aangeven.’

Hoe leer je dat?
‘Met vallen en opstaan. Dat is ook weer dat Indo-ding: ik vind het lastig om nee te zeggen. Maar ik heb er steeds minder moeite mee. Daar ben ik ook in gecoacht. Ik heb geleerd met een lach, vanuit je hart, mensen af te wijzen. Dat was heel verhelderend. Zo geef je mensen ook duidelijkheid. En creëer je gelijk ook weer wat meer ruimte voor jezelf. Het heeft tot gevolg dat steeds minder mensen me benaderen voor allerlei ditjes en datjes en dat ik duidelijk kan maken dat niet iedereen in de mode terecht kan.’

Zou je ook buiten de mode kunnen recruiten?
‘Ik denk het niet. Ik moet wel mijn hart erin kunnen leggen. Het is voor mij ook geen optie, omdat ik alleen hier een netwerk heb. En het is voor mij ook geen trucje. Voor Tommy Hilfiger zoek ik wel brainers, bijvoor- beeld ook SAP’ers. Maar dan nog geloof ik in handpicked, niet in dat schot hagel. Ik zal ook nooit zomaar vacatures rondmailen. Ik werk ook niet meer met databases. Ik zoek elke keer toch weer opnieuw, weet het ook vaak uit mijn hoofd. Alleen zo kan ik echt iets toevoegen, vind ik.’

Bewaar je wel cv’s van mensen?
‘Fuck het cv! Ga het maar eens heel anders opschrijven. Dat we in re- cruitment werken met cv’s heeft iets te maken met het zoeken naar veilig- heid: we kennen het principe, dus zal het wel goed zijn. Maar ik ben lang niet altijd geïnteresseerd in wat op een cv staat. Ik wil weten: wat is je missie? Wat wil je komen brengen? Waar wil je het verschil maken? Dat inspireert mij veel meer dan dat hele cv. Ik denk dat we daarin nog een hele slag gaan maken de komende jaren.’

Je geeft ook workshops storytelling. Heeft dat hier ook mee te maken?
‘Ik roep altijd dat je als bedrijf een inhaakbaar verhaal moet hebben. Niet alleen naar consumenten, maar ook naar je medewerkers. Het gaat de meesten van hen allang niet meer alleen om de functie, maar veel meer om het verhaal van het bedrijf. Oók in de mode. Het gaat allang niet meer om de vraag op welke locaties je zit als modemerk of -winkel, maar meer om: hoe connected ben je? En kun je goed je verhaal neerzetten? Daar moet je dan wel samen naar op zoek.’

Kun je daar een voorbeeld van noemen?
‘Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een project voor het ‘Fashion & Museum District’ in Amsterdam; de PC Hooftstraat en de Van Baerle- straat. Daarbij gaat het erom die ondernemers in dat gebied samen te brengen, te laten inhaken met elkaar, en enthousiasme over te brengen, op zoek naar een eenduidig verhaal. Die buurt goed op de kaart te zetten. Niet alleen als branding, maar juist ook als verbindingsproject tussen de musea en de modewinkels in dat gebied. Ik ben er heel trots op dat zo’n buurt zegt: dat durven we wel aan met jou.’

Stoer ook.
‘Dat is het grootste compliment dat je me kunt geven. Ik ben nu 44, gescheiden moeder. Vond het soms ook best moeilijk om zo voor mezelf te beginnen. Maar ik zit nu in mijn kracht doordat ik naar mijn eigen talent en mogelijkheden ben gaan kijken. En als je dat dan stoer noemt, ben ik echt trots. En ik hoop ook een voorbeeld voor veel anderen. Want het kan dus wel. Als je maar ambitie hebt, een missie en focus. Dan komt het altijd goed, daar ben ik van overtuigd.’